ECLI:NL:RBSHE:2010:BM1260
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling restschuld na verbindendverklaring WCAM-overeenkomst afgewezen op nietigheidsoverwegingen
De zaak betreft een vordering van Varde Ltd tegen [M] tot betaling van een restschuld voortvloeiend uit een effectenleaseovereenkomst met Dexia, welke door Varde Ltd is overgenomen. [M] voerde verweer tegen de vordering, stellende dat de overeenkomst nietig is vanwege het ontbreken van medeondertekening door zijn toenmalige partner, met wie hij slechts een samenlevingscontract had.
De rechtbank oordeelt dat [M] gebonden is aan de WCAM-overeenkomst die door het hof Amsterdam verbindend is verklaard voor de groep van gerechtigden, waaronder [M]. Omdat [M] geen opt-out-verklaring heeft afgelegd binnen de gestelde termijn, kan hij zich niet beroepen op feiten en omstandigheden die zich vóór de vaststellingsovereenkomst hebben voorgedaan.
De rechtbank wijst het beroep op artikel 1:88 jo Pro 1:89 BW af omdat het samenlevingscontract niet gelijkgesteld kan worden met huwelijk of geregistreerd partnerschap. Ook het financieel onvermogen van [M] leidt niet tot afwijzing van de vordering. De gevorderde hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen, terwijl de tegenvordering van [M] wordt afgewezen. [M] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [M] tot betaling van de restschuld, rente en kosten aan Varde Ltd op grond van de verbindend verklaarde WCAM-overeenkomst.