ECLI:NL:RBSHE:2010:BN3002
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling WW-dagloon bij samenloop met WAO-uitkering
Eiser ontving een WAO-uitkering die werd verlaagd vanwege een vermindering van arbeidsongeschiktheid en accepteerde een fulltime baan. Zijn inkomsten uit arbeid leidden tot een korting van de WAO-uitkering, die uiteindelijk ophield te worden uitbetaald. Na het niet verlengen van zijn arbeidscontract vroeg eiser een WW-uitkering aan. Verweerder stelde het WW-dagloon vast op basis van het WAO-vervolgdagloon, conform artikel 13, tweede lid, van het Besluit dagloonregels.
Eiser betwistte deze berekeningswijze en stelde dat het WW-dagloon hoger moest worden vastgesteld op basis van zijn arbeidsinkomsten. De rechtbank oordeelde dat volgens het wettelijke kader en de toelichting bij de WW het WW-dagloon bij samenloop met een WAO-uitkering gerelateerd moet worden aan het WAO-dagloon. Dit oordeel werd ondersteund door jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak bevestigt de wettelijke regeling en jurisprudentie omtrent de vaststelling van het WW-dagloon bij samenloop met een WAO-uitkering.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het WW-dagloon op basis van het WAO-vervolgdagloon wordt ongegrond verklaard.