ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ0069
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding advocaatkosten tijdens opsporingsfase na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een verzoek tot vergoeding van advocaatkosten gemaakt tijdens de opsporingsfase en strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. Verzoekster vroeg een vergoeding van ruim €301.000, later verlaagd tot circa €204.000 vanwege jurisprudentie over gederfde rente. Het openbaar ministerie betwistte deels de omvang en hoogte van de kosten.
De rechtbank oordeelde dat de kosten vanaf 13 september 2002, toen het strafrechtelijk onderzoek startte, voor vergoeding in aanmerking komen, ook al was verzoekster toen nog niet formeel verdachte. De normen van het Besluit Vergoedingen Rechtsbijstand 2000 zijn niet leidend. De rechtbank wees de meeste matigingsverzoeken van het OM af, behalve voor de pleitnota van een minder ervaren advocaat, verschotten belast en kosten van twee advocatenkantoren die niet noodzakelijk werden geacht.
Reistijd en wachttijd van de raadsman werden volledig vergoed, tegen het standpunt van het OM in. Uiteindelijk matigde de rechtbank de gevraagde vergoeding met ruim €37.600 en kende een totaalbedrag van €167.495,99 toe, inclusief een hogere forfaitaire vergoeding voor het indienen van het verzoekschrift. De beslissing is genomen op grond van artikel 591a Sv en gerelateerde bepalingen.
Uitkomst: Verzoekster wordt een vergoeding van €167.495,99 toegekend voor advocaatkosten gemaakt vanaf september 2002 tot december 2009.