ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ1680
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid burgerlijke rechter en inning controlekosten Landbouwkwaliteitswet
In deze zaak vordert een zelfstandig bestuursorgaan, belast met toezicht op de naleving van EU-Handelsnormen voor eieren, betaling van controlekosten bij een marktdeelnemer. De gedaagde betwist de civielrechtelijke grondslag van de vordering en stelt dat de heffing publiekrechtelijk is en niet via de burgerlijke rechter kan worden geïnd.
De kantonrechter beoordeelt ambtshalve zijn bevoegdheid en concludeert dat de burgerlijke rechter bevoegd is om de vordering te behandelen, omdat de wet het bestuursorgaan ook toestaat de vordering via civielrechtelijke weg te innen. De kantonrechter gaat vervolgens inhoudelijk in op het verweer dat de heffing niet op een formele wettelijke grondslag zou berusten en dat het tarief buitenproportioneel zou zijn.
De kantonrechter oordeelt dat er voldoende formeelwettelijke grondslag is in de Landbouwkwaliteitswet en het Landbouwkwaliteitsbesluit, en dat het tarief niet buitenproportioneel is. De vordering tot betaling van € 67,38 wordt toegewezen, terwijl de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Gedaagde en de gevoegde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van controlekosten toe en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.