ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ2806
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering erfdienstbaarheid uitweg wegens ontbreken bewijs en verjaring
Partijen zijn in geschil over het bestaan van een recht van erfdienstbaarheid van uitweg, dat volgens eiser in 1873 zou zijn gevestigd. De rechtbank overweegt dat een dergelijk recht destijds schriftelijk moest worden vastgelegd en ingeschreven om werking te hebben tegenover derden. Omdat de vestigingsakte ontbreekt, ontbreekt een essentieel bewijsstuk. Hoewel het bestaan van het recht ook op andere wijze kan worden bewezen, is de aangevoerde latere akte onvoldoende duidelijk om het bestaan van het recht aan te nemen.
Eiser stelt subsidiair dat het recht door verkrijgende verjaring is ontstaan. De rechtbank stelt vast dat een recht van erfdienstbaarheid van uitweg een niet-voortdurende erfdienstbaarheid is die niet door verkrijgende verjaring kan ontstaan onder oud recht. Ook onder nieuw recht kan bevrijdende verjaring pas vanaf 1 januari 1992 aanvang nemen, zodat de termijn op 1 januari 2012 nog niet was verstreken. Bovendien is niet gebleken dat sprake was van bezit te goeder trouw.
De rechtbank concludeert dat onvoldoende vaststaat dat een recht van erfdienstbaarheid van uitweg bestaat en wijst de vordering af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot erkenning van een recht van erfdienstbaarheid van uitweg wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs en het niet intreden van verjaring.