ECLI:NL:RBSHE:2011:BR1652
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid hoofdaannemer voor letselschade zelfstandige stukadoor na val van steiger
De zaak betreft een letselschadeclaim van een zelfstandige stukadoor die viel van een steiger op een bouwplaats waar Hendriks Bouwbedrijf de hoofdaannemer was. De stukadoor vordert schadevergoeding wegens blijvend letsel en arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op artikel 7:658 lid 4 BW Pro, dat aansprakelijkheid van de werkgever voor ingeleend personeel regelt, niet slaagt voor zelfstandigen zoals eiser, zeker niet bij werkzaamheden via meerdere onderaannemers. De aansprakelijkheid wordt toegewezen op grond van artikel 6:173 BW Pro (aansprakelijkheid bezitter roerende zaak) in samenhang met artikel 6:181 BW Pro (aansprakelijkheid bedrijfsmatig gebruiker). De steiger wordt als roerende zaak aangemerkt en Hendriks als bedrijfsmatig gebruiker.
De rechtbank stelt vast dat de steiger gebrekkig was door het ontbreken van een veiligheidsstrip, wat het ongeval veroorzaakte. Het beroep van Hendriks op de 'tenzij-clausule' faalt omdat onvoldoende is gesteld dat het gebrek pas kort voor het ongeval is ontstaan of door eigen schuld van de stukadoor. Een beroep op eigen schuld wordt eveneens verworpen. Verder wijst de rechtbank het beroep van Hendriks op mede-aansprakelijkheid van onderaannemers af wegens onvoldoende feiten en juridische onderbouwing.
De rechtbank beveelt de stukadoor zijn schade nader te concretiseren en wijst het beroep van Hendriks op voordeelverrekening toe, omdat de stukadoor reeds schadevergoeding ontving van een verzekeraar wegens het ongeval. De vordering in vrijwaring van Hendriks tegen onderaannemers wordt afgewezen. Hendriks wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aansprakelijkheid van de hoofdaannemer toe voor de schade van de zelfstandige stukadoor na val van een gebrekkige steiger.