ECLI:NL:RBSHE:2011:BU1387
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning en ontheffing voor tijdelijke mijnbouwlocatie wegens onjuiste toepassing tijdelijke behoefte
Vergunninghoudster kreeg van de gemeente Boxtel een bouwvergunning en ontheffing op grond van artikel 3.22 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor het tijdelijk plaatsen van een mijnbouwlocatie voor proefboringen naar schaliegas tot 25 november 2014.
Eiseres sub 1 en eisers sub 2 stelden beroep in tegen dit besluit. Zij voerden aan dat onvoldoende concrete en objectieve gegevens aanwezig zijn die de tijdelijkheid van de boorlocatie onderbouwen en dat de locatie bij succesvolle proefboring mogelijk tot 25 jaar gebruikt zal worden voor gaswinning. Ook werden zorgen geuit over milieuaspecten en aantasting van woon- en leefklimaat.
De rechtbank oordeelde dat een boorlocatie, ook voor proefboring, niet kan worden aangemerkt als een tijdelijke voorziening in de zin van artikel 3.22 Wro, omdat niet met zekerheid kan worden uitgesloten dat de locatie na de proefboring gehandhaafd blijft voor definitieve gaswinning. De huurovereenkomst en de mogelijkheid van vervolgvergunningen maken de situatie niet tijdelijk.
Daarom was de ontheffing en bouwvergunning onrechtmatig verleend en werden de beroepen gegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De rechtbank zag geen aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bouwvergunning en ontheffing wegens onjuiste toepassing van artikel 3.22 Wro en veroordeelt verweerder in proceskosten.