ECLI:NL:RBUTR:1999:AA3725
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade en vakantiedagen na onrechtmatige schorsing en ontslag ambtenaar
De zaak betreft een ambtenaar die vanaf 23 maart 1992 door de gemeente de toegang tot zijn werk werd ontzegd, gevolgd door schorsing en ontslag. De rechtbank had eerder de besluiten van de gemeente vernietigd en heropende het onderzoek naar een schadevergoeding. De ambtenaar vorderde onder meer uitbetaling van 191,5 vakantiedagen, wettelijke rente over nabetaalde bezoldiging en een immateriële schadevergoeding van 50.000 gulden.
De rechtbank stelde vast dat de ambtenaar slechts recht had op 40,5 vakantiedagen en dat de gemeente bereid was deze binnen redelijke termijn toe te staan op te nemen, maar niet tot uitbetaling wilde overgaan. De wettelijke rente over de nabetaalde bezoldiging werd toegekend vanaf 1 juni 1992 tot volledige betaling. De immateriële schadevergoeding werd toegekend op grond van aantasting van eer en goede naam, vanwege de langdurige weigering van de gemeente om de toegang te verlenen ondanks het ontbreken van nieuwe feiten die de verdenking ondersteunden.
De rechtbank matigde de immateriële schadevergoeding tot 6.000 gulden netto, mede vanwege eigen schuld van de ambtenaar, en veroordeelde de gemeente tevens tot betaling van de proceskosten. De overige vorderingen werden afgewezen. De uitspraak werd openbaar gedaan op 13 september 1999.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van 6.000 gulden, wettelijke rente en proceskosten aan de ambtenaar.