ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8189
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Schorsing van bestuursdwangbesluiten wegens onvoldoende aannemelijk ernstige schade bij preventieve aanzegging
Op 3 november 2000 heeft de rechtbank Utrecht in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan over bestuursdwangbesluiten van de gemeente Utrecht gericht tegen vier verzoekers die als zwervende woonwagenbewoners op een parkeerterrein verbleven. De besluiten verplichtten verzoekers zich binnen twee uur te verwijderen en zich in de toekomst te onthouden van overtreding van artikel 43 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De rechtbank oordeelde dat er op dat moment nog geen sprake was van een overtreding van artikel 43 APV Pro en dat de besluiten preventief waren bedoeld om bestuursdwang aan te kondigen. Hoewel verweerder stelde dat er een klaarblijkelijk gevaar bestond dat verzoekers op korte termijn zouden overgaan tot overtreding, was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hierdoor ernstige schade zou ontstaan.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die vereist dat een preventief besluit alleen kan worden genomen bij een concreet en ernstig dreigend gevaar. De stelling van verweerder dat het toestaan van overtreding zou leiden tot een vrijplaats voor andere zigeuners en een verhoogde inzet van politie werd als te speculatief beoordeeld.
Gelet hierop schorst de rechtbank alle besluiten van 3 november 2000 en veroordeelt de gemeente Utrecht in de proceskosten van verzoekers. Tevens moet de gemeente het betaalde griffierecht terugbetalen.
Uitkomst: De rechtbank schorst de bestuursdwangbesluiten en veroordeelt de gemeente Utrecht in de proceskosten.