ECLI:NL:RVS:1999:AA8396
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- S.M. Schothorst
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bestuursdwangbesluit inzake asfaltrecyclinginstallatie
Verweerders, gedeputeerde staten van Utrecht, hebben aan eiser, een besloten vennootschap, bestuursdwang opgelegd vanwege het zonder geldige vergunning aanwezig zijn van een asfaltrecyclinginstallatie. De installatie was na het verlopen van een tijdelijke vergunning in de inrichting aanwezig en mocht niet in gebruik worden genomen.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het bestuursdwangbesluit te schorsen. Tijdens de zitting is gebleken dat de installatie niet in werking was geweest na het verlopen van de vergunning en dat er geen milieuhygiënische belangen werden geschaad door de aanwezigheid alleen.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestuursdwangbesluit in zoverre in strijd was met het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb Pro) en dat het preventief opleggen van bestuursdwang zonder klaarblijkelijk gevaar niet is toegestaan (art. 5:21 Awb Pro). Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, met een doorloopmogelijkheid bij een verzoek om voorlopige voorziening.
Verder werden de proceskosten aan de zijde van verzoekers toegewezen en het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak bevestigt de grenzen aan preventieve bestuursdwang en benadrukt het belang van proportionaliteit en spoedeisendheid.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit is geschorst wegens gebrek aan klaarblijkelijk gevaar en disproportionaliteit, met toewijzing van proceskosten aan verzoekers.