ECLI:NL:RBUTR:2001:AB0454
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meervoudige verkrachting en zware mishandeling met verminderd toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Utrecht heeft op 8 maart 2001 verdachte veroordeeld voor meervoudige verkrachting en zware mishandeling. De feiten betreffen ernstige seksuele delicten waarbij twee verschillende slachtoffers zijn betrokken; één slachtoffer werd binnen een kort tijdsbestek meermalen verkracht, het andere slachtoffer gedurende bijna vier jaar. De verkrachtingen waren oraal, vaginaal en anaal, waarbij ook zwaar lichamelijk geweld werd gebruikt.
De rechtbank nam de verklaringen en bewijsmiddelen in overweging en achtte de bewezenverklaring wettig en overtuigend. Verdachte maakte misbruik van het vertrouwen van de slachtoffers, met ernstige vernederingen waaronder het dwingen tot het innemen van urine en ontlasting. De slachtoffers werden ernstig in hun persoonlijke integriteit aangetast en leden psychisch en lichamelijk letsel.
Deskundigen stelden vast dat verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken, wat leidde tot verminderd toerekeningsvatbaarheid. De recidivekans werd als aanwezig ingeschat. De rechtbank hield rekening met deze psychische gesteldheid bij het opleggen van de straf.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens meervoudige verkrachting en zware mishandeling met verminderd toerekeningsvatbaarheid.