ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4726
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.A. Nieuwenhuijsen
- M.L. van der Bel
- M.N. Noorman
- Rechtspraak.nl
Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaardelijke beëindiging verpleging wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming
De rechtbank Utrecht behandelde op 22 oktober 2001 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde die sinds 3 oktober 1999 vastzit. Hoewel de straf van zes maanden was voltooid, werd de terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet uitgevoerd, waardoor de betrokkene reeds meer dan twee jaar onrechtmatig van zijn vrijheid werd beroofd.
De rechtbank toetste de situatie aan artikel 5 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en concludeerde dat de voortgezette vrijheidsbeneming zonder behandeling onrechtmatig was. Uit diverse psychologische en psychiatrische rapporten bleek dat betrokkene zwakbegaafd is, lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een gestoorde impulscontrole heeft, en zonder medicatie agressief en onvoorspelbaar gedrag vertoont.
Gezien de ernst van de feiten en het delictgevaar achtte de rechtbank de terbeschikkingstelling gerechtvaardigd, maar oordeelde dat de maatregel niet zonder meer verlengd kon worden zonder effectuering van behandeling. Daarom verlengde de rechtbank de terbeschikkingstelling met één jaar en beëindigde zij de verpleging voorwaardelijk per 19 november 2001, onder de voorwaarde dat betrokkene zich houdt aan reclasseringsaanwijzingen en psychiatrisch toezicht, inclusief medicatiegebruik.
De rechtbank benadrukte het belang van spoedige inschakeling van de reclassering en mogelijke civiele maatregelen bij gevaar voor zichzelf of de samenleving na vrijlating.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met één jaar verlengd en de verpleging voorwaardelijk beëindigd onder voorwaarden van toezicht en medicatiegebruik.