ECLI:NL:RBUTR:2001:AE2625
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bouw- en sloopvergunningen gemeente Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende vergunningen voor de bouw van een gerechtsgebouw en de verbouwing van het concertgebouw, inclusief sloopwerkzaamheden. Verzoekers, waaronder een omwonende en een stichting, maakten bezwaar tegen deze besluiten en vroegen om een voorlopige voorziening.
De rechtbank overwoog dat verzoekers als belanghebbenden konden worden aangemerkt. De vergunningen waren verleend in overeenstemming met het nieuwe bestemmingsplan 'de Appelaar 2000', dat nog in procedure was. Verweerder had diverse vrijstellingen verleend van de Haarlemse Bouwverordening en het Bouwbesluit, onderbouwd met positieve adviezen van de schoonheidscommissie en de Rijksdienst voor Monumentenzorg.
Verzoekers stelden onder meer dat de procedure onjuist was, dat het bouwplan onvoldoende inzicht gaf, dat monumenten werden aangetast en dat een veiligheidsrapportage ontbrak. De rechtbank oordeelde dat deze bezwaren onvoldoende waren onderbouwd, dat de tekeningen voldoende waren en dat de belangen van tijdige realisatie van de bouwplannen zwaarder wogen.
De sloopvergunningen waren grotendeels al uitgevoerd en de bezwaren richtten zich vooral op de bouwvergunningen. Gezien het voorgaande zag de rechtbank geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening en wees de verzoeken af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de verleende bouw- en sloopvergunningen.