ECLI:NL:RBUTR:2003:AF8805
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Weigering registratie huwelijk wegens niet-erkende ontbinding volgens Nederlands recht
Eiser verzocht om registratie van zijn huwelijk met R in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA), nadat hij een verstotingsakte overlegd had waarin hij zijn eerdere huwelijk met C eenzijdig had ontbonden volgens Marokkaans recht. Verweerder weigerde deze registratie omdat de ontbinding niet erkend wordt onder Nederlands recht, met name omdat niet is aangetoond dat C uitdrukkelijk of stilzwijgend met de verstoting heeft ingestemd.
De rechtbank overwoog dat hoewel de verstotingsakte volgens Marokkaans recht rechtsgeldig is, deze niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 3 van Pro de Wet conflictenrecht inzake ontbinding van huwelijk en scheiding van tafel en bed (WCE). De derde voorwaarde, instemming van de vrouw, was niet aangetoond. De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat het niet verschijnen van C als stilzwijgende instemming kan worden gezien.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is gesteld dat instemming van de vrouw een noodzakelijke voorwaarde is voor erkenning van de ontbinding. Omdat eiser geen bewijs had geleverd van instemming of neerlegging door C, werd de verstotingsakte niet erkend en het huwelijk met R niet geregistreerd.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 1 mei 2003.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de registratie van het huwelijk wordt geweigerd wegens niet-erkende ontbinding.