ECLI:NL:RBUTR:2005:AT9381
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.A. Buijs
- J.F. Bandringa
- M.P. Gerrits-Janssens
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht prostituees in kamerverhuurbedrijf op grond van sociale zekerheidswetten
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV dat de prostituees werkzaam in haar kamerverhuurbedrijf vanaf 1 mei 2002 verplicht verzekerd zijn op grond van artikel 3 van Pro de Ziektewet, Werkloosheidswet en Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het besluit was gebaseerd op een rapport van de Belastingdienst Rotterdam, waarin werd vastgesteld dat de prostituees in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot eiseres.
Eiseres betwistte de vastgestelde feiten en omstandigheden, stelde dat er geen gezagsverhouding bestond en dat zij slechts kamers verhuurde. Zij voerde aan dat de prostituees zelfstandig waren en verwees naar artikel 11 van Pro de Grondwet over onaantastbaarheid van het lichaam. Tevens voerde zij aan dat het rapport van de Belastingdienst onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat de voorschotnota's niet op juiste bedragen waren gebaseerd.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de Belastingdienst zorgvuldig was uitgevoerd en dat de vastgestelde feiten een gezagsverhouding en loonbetalingsverplichting aannemelijk maakten. De prostituees werkten binnen een organisatorisch kader van eiseres, die aanwijzingen kon geven en vooraf de gehele dienst met de prostituant afrekende. Artikel 11 Grondwet Pro stond niet in de weg aan het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en bevestigde de verzekeringsplicht van de prostituees. Daarnaast werd geoordeeld dat eiseres verantwoordelijk is voor het indienen van juiste loonopgaven en dat de voorschotnota's terecht waren vastgesteld op basis van schattingen uit het rapport van de Belastingdienst.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de verzekeringsplicht van de prostituees wordt bevestigd.