ECLI:NL:RBUTR:2005:AV2694
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke vernietiging loondoorbetalingsverplichting wegens ondeugdelijke motivering en voorbereiding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 9 februari 2004, waarin het bezwaar tegen de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting werd afgewezen. De verlenging betrof zes maanden na afloop van de eerste ziekteperiode van 52 weken, vanwege onvoldoende reïntegratie-inspanningen. De werkneemster, verpleegkundige in de terminale thuiszorg, was ziek gemeld vanwege belastende privé-omstandigheden en werd medisch beoordeeld door bedrijfsarts en verzekeringsarts.
De rechtbank constateert dat het UWV ten onrechte de sanctieduur op zes maanden heeft gesteld, terwijl de herstelperiode vier maanden bedroeg, zonder nadere motivering. Ook is het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De verzekeringsartsen stelden dat er geen sprake was van geen duurzaam benutbare mogelijkheden, maar eiseres had nagenoeg geen reïntegratie-inspanningen verricht. Het UWV heeft niet concreet aangegeven welke reïntegratie-inspanningen redelijkerwijs verwacht konden worden.
Verder is het besluit niet aangetekend verzonden, maar de rechtbank acht aannemelijk dat het tijdig is ontvangen. De sanctie is niet proportioneel en het UWV heeft het eindoordeel te vroeg vastgesteld, terwijl later een WAO-uitkering werd toegekend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en voorbereiding.