ECLI:NL:RBUTR:2006:AW2541
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende onderzoek fictieve maatman bij WAO-uitkering
Eiser werkte vanaf februari 2001 in diverse functies via uitzendbureau Olympia, waaronder magazijnkracht en productiemedewerker, en meldde zich op 21 februari 2002 ziek. Het UWV weigerde een WAO-uitkering met ingang van 3 september 2002, stellende dat de arbeidsongeschiktheid toen niet met ten minste 15% was verminderd ten opzichte van 26 februari 2001.
Eiser betwistte de datum van einde wachttijd en de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid, en stelde dat er geen adequaat medisch onderzoek had plaatsgevonden. Diverse arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen onderzochten de situatie, waarbij werd vastgesteld dat eiser reeds bij aanvang van de verzekering ongeschikt was voor zijn toenmalige functies. Echter, de rechtbank constateerde dat het UWV geen onderzoek had verricht naar de geschiktheid voor de functies die eiser direct voorafgaand aan zijn uitval had verricht.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door zonder zorgvuldig onderzoek een fictieve maatman vast te stellen. Het besluit was daardoor onvoldoende gemotiveerd en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen binnen dertien weken, en wees het betaalde griffierecht toe aan eiser.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en onzorgvuldige vaststelling van de fictieve maatman; het UWV moet een nieuw besluit nemen.