ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ0162
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening voorwaardelijke machtiging met voorwaarden inzake medicatie en casemanagement
De rechtbank Utrecht heeft op 27 juli 2006 een voorwaardelijke machtiging verleend aan betrokkene, die geestelijk gestoord is en een gevaar vormt voor zichzelf of anderen. Het behandelingsplan bevatte als therapeutisch middel een 'medicatie-consult' en twee bijzondere voorwaarden: het accepteren van depotmedicatie en het naleven van afspraken met het casemanagementteam Woerden.
De raadsvrouw van betrokkene stelde dat het behandelingsplan te breed was omschreven en dat de voorwaarden te ruim waren, waardoor de procedure van artikel 14b Wet BOPZ werd uitgehold. De rechtbank oordeelde echter dat het behandelingsplan voldoende specifiek was, mede omdat betrokkene instemde met het plan en bereid was zich eraan te houden.
De rechtbank overwoog dat het niet noodzakelijk is dat het behandelingsplan door de behandelaar is ondertekend, zolang vaststaat dat het door de behandelaar is opgesteld. De voorwaarden beperken de vrijheid van betrokkene niet onaanvaardbaar en sluiten aan bij de behandeling. Ook het ontbreken van een nadere omschrijving van afspraken met het casemanagementteam achtte de rechtbank acceptabel.
De rechtbank concludeerde dat de voorwaarden en het behandelingsplan niet in strijd zijn met de Wet BOPZ en dat de procedure niet wordt uitgehold. De machtiging geldt voor zes maanden en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank verleent een voorwaardelijke machtiging met voorwaarden omtrent medicatie en afspraken voor de duur van zes maanden.