ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ2633
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens niet-voortzetting procedure door curator na faillissement
In deze zaak vordert AXA Leven N.V. ontslag van de instantie tegen AB&P Financieel Adviseurs BV, welke failliet is verklaard. De curator van AB&P heeft geen gehoor gegeven aan de oproeping en heeft de vordering overgedragen aan een derde, de heer D. Bart, die geen partij is in deze procedure. Hierdoor ontbreekt belang bij voortzetting van de procedure voor zowel AB&P als haar curator.
AXA heeft het verzoek om ontslag van instantie ingediend, wat in beginsel op grond van artikel 27 lid 2 Faillissementswet Pro toewijsbaar is. De rechtbank oordeelt dat geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die toewijzing in strijd met de eisen van een goede procesorde brengen. Ook het late verzoek van AXA en haar kennis van de overdracht aan de heer Bart rechtvaardigen geen ander oordeel.
De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt AB&P in de proceskosten, die aan de zijde van AXA worden begroot op €1.989,51. Het vonnis is gewezen door rechter P.W.M. de Wolf en op 8 november 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om ontslag van de instantie wordt toegewezen en AB&P wordt veroordeeld in de proceskosten.