ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ9744
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M.E. Bernini
- J.F. Bandringa
- G. van Zeben
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over herziening en terugvordering rijksbijdrage hoger onderwijsinstelling
De Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) stelde beroep in tegen besluiten van de staatssecretaris van OCW tot herziening en terugvordering van rijksbijdragen over de jaren 1999 tot en met 2002. De geschillen betroffen onder meer onrechtmatige inschrijvingen van studenten, niet tijdige betaling van collegegeld en de kwalificatie van mastertrajecten als initieel onderwijs.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht bevoegd was om de rijksbijdragen te herzien en terug te vorderen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW). De rechtbank verwierp procedurele bezwaren van HAN en bevestigde dat inschrijving zonder tijdige betaling van collegegeld niet rechtsgeldig is.
Voor casus 1 (onrechtmatige inschrijving voor Hogere Informatica) en casus 3 (mastertrajecten) vernietigde de rechtbank delen van de besluiten wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en onjuiste kwalificatie van onderwijs. Ook voor casus 4 (onderdelen van CROHO-opleiding) oordeelde de rechtbank dat terugvordering onterecht was. De rechtbank wees het beroep op het vertrouwensbeginsel af en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken nieuwe besluiten moet nemen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt gedeeltelijk de besluiten tot herziening en terugvordering van rijksbijdragen en bepaalt dat nieuwe besluiten moeten worden genomen.