ECLI:NL:RBUTR:2007:BA0020
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verificatievorderingen wegens geldige intrekking 403-verklaringen
In deze civiele procedure stonden twee zaken centraal waarin de besloten vennootschappen [D.] en [L.] zich hadden verbonden tot hoofdelijke aansprakelijkheid voor schulden van respectievelijk [M.] en [D.] via 403-verklaringen. [Eiseres] vorderde in beide zaken dat haar vordering op de failliete boedels van [D.] en [L.] werd erkend als concurrente schuld.
De kern van het geschil betrof de vraag of de 403-verklaringen die [D.] en [L.] hadden afgegeven, rechtsgeldig waren ingetrokken. De rechtbank stelde vast dat [D.] haar intrekkingsverklaring op juiste wijze had gedeponeerd bij het handelsregister en dat de wettelijke vereisten, waaronder publicatie in de Staatscourant, waren nageleefd. Hierdoor was de aansprakelijkheid van [D.] voor schulden voortvloeiend uit latere rechtshandelingen, zoals de aannemingsovereenkomst tussen [eiseres] en [M.], komen te vervallen.
Voor [L.] gold hetzelfde oordeel, aangezien de aansprakelijkheid van [L.] was gebaseerd op de aansprakelijkheid van [D.]. De rechtbank wees daarom de verificatievorderingen af en veroordeelde [eiseres] in de proceskosten aan de zijde van de curatoren van beide failliete vennootschappen.
De uitspraak bevestigt dat een 403-verklaring rechtsgeldig kan worden ingetrokken door deponering bij het handelsregister en dat de aansprakelijkheid voor schulden uit latere rechtshandelingen daarmee vervalt. De procedure benadrukt het belang van correcte formele handelingen bij aansprakelijkheidsverklaringen in faillissementsprocedures.
Uitkomst: De verificatievorderingen van [eiseres] worden afgewezen wegens rechtsgeldige intrekking van de 403-verklaringen.