ECLI:NL:RBUTR:2007:BA5429
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.P. Gerrits-Janssens
- C.H. Norde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding terugvordering en vaststelling aflossingscapaciteit WAO-uitkering
Eiser, geboren in 1949, ontving sinds 1972 een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Na onderzoek in 1995 bleek dat hij sinds 1985 inkomsten had, waardoor zijn uitkering werd herzien en een bedrag van ruim €45.000 onverschuldigd was betaald. Dit bedrag werd teruggevorderd, waarbij eiser een aflossingscapaciteit van €765,46 per maand kreeg opgelegd.
Eiser verzocht om kwijtschelding van het resterende bedrag, stellende dat hij aan de voorwaarden voldeed, waaronder vijf jaar betaling en het voldoen van ten minste de helft van de vordering. Verweerder wees dit verzoek af, mede omdat eiser niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan en onvoldoende had gereserveerd tijdens bezwaarprocedures. Eiser betaalde later wel een bedrag waardoor hij aan de helft van de vordering voldeed.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het verzoek om kwijtschelding had afgewezen, gelet op het beleid en het feit dat eiser niet volledig had voldaan aan zijn betalingsverplichtingen. Wel werd vastgesteld dat de aflossingscapaciteit onjuist was berekend, omdat de beslagvrije voet niet met de volledige premie van de ziektekostenverzekering was verhoogd zoals wettelijk vereist. Daarom werd dat onderdeel van het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Vergoeding van door eiser geleden schade werd afgewezen, maar verweerder werd opgedragen dit bij de nieuwe beslissing te betrekken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding wordt ongegrond verklaard, het besluit over de aflossingscapaciteit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.