ECLI:NL:RBUTR:2007:BA6102
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake bouwvergunning voor schoolgebouw in Zeist
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Utrecht op 29 mei 2007 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening met betrekking tot de verlening van een reguliere bouwvergunning voor het gedeeltelijk veranderen en vergroten van een schoolgebouw in Zeist. Het verzoek is ingediend door omwonenden die zich verzetten tegen de bouwvergunning, omdat zij van mening zijn dat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat de bezwaren van de verzoekers onvoldoende onderbouwd zijn om de bouwvergunning te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft in zijn overwegingen aangegeven dat, hoewel de verzoekers een tegenadvies hebben overgelegd van de welstandscommissie, dit niet automatisch leidt tot een schorsing van de bouwvergunning. De voorzieningenrechter heeft benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor de welstandstoetsing bij de gemeente ligt en dat de gemeente in beginsel het advies van de welstandscommissie kan volgen. De voorzieningenrechter heeft ook opgemerkt dat de bezwaren van de verzoekers niet voldoende zijn om aan te nemen dat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand.
Uiteindelijk heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, met de opmerking dat de gemeente de besluitvorming op de ingediende bezwaren voortvarend dient ter hand te nemen. De uitspraak benadrukt het belang van de welstandscriteria en de rol van de gemeente in de beoordeling van bouwplannen, evenals de noodzaak voor verzoekers om hun bezwaren goed te onderbouwen.