ECLI:NL:RBUTR:2007:BB0336
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid oud-bestuursleden en financieel adviseur voor verdwenen gelden Stichting Freule Lauta van Aysma
De Stichting Freule Lauta van Aysma had een lening bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) die op 1 oktober 2002 afgelost moest worden. De Stichting ontving hiervoor onder meer een afkoopsubsidie en had gelden op depositorekeningen bij Achmea en ING. Bestuursleden [gedaagde sub 1] (penningmeester), [gedaagde sub 2] (secretaris) en [gedaagde sub 3] (ad-interim voorzitter) gaven een volmacht aan [gedaagde sub 4] om over de gelden te beschikken. Vervolgens werd een bankgarantie afgegeven aan Planetary Investment LLP, waarbij de Stichting zich garant stelde.
De gelden van de Stichting, bedoeld voor aflossing van de lening, zijn verdwenen naar een onbekende bestemming. De Stichting en de Gemeente Veenendaal, als borg, stelden de oud-bestuursleden en de financieel adviseur aansprakelijk wegens onbehoorlijke taakvervulling, toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad. De rechtbank oordeelde dat de oud-bestuursleden ernstig verwijtbaar hebben gehandeld door onder meer het geven van een ruime volmacht, het afgeven van de bankgarantie en contragarantie, en het niet informeren van het bestuur over de risico's.
Ook [gedaagde sub 4] en zijn vennootschap [gedaagde sub 5] werden aansprakelijk gehouden wegens wanprestatie en onrechtmatige daad, omdat zij de Stichting hebben verbonden aan de Partnership Agreement met Planetary en bewust de gelden in gevaar brachten. De Gemeente kon echter niet rechtstreeks de bestuurders aansprakelijk stellen wegens het ontbreken van een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens haar.
De rechtbank veroordeelde de vijf gedaagden hoofdelijk tot vergoeding van de door de Stichting geleden schade, nader op te maken bij staat, en tot betaling van de proceskosten. De vorderingen van de gedaagden tot opheffing van beslag werden afgewezen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De oud-bestuursleden en financieel adviseur zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van circa 10 miljoen euro en veroordeeld tot vergoeding aan de Gemeente, nader op te maken bij staat.