ECLI:NL:RBUTR:2007:BB4412
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Binsbergen
- Y. Sneevliet
- D.A.J. Overdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid
Eiser, voormalig regiomanager bij [S] B.V., werd op staande voet ontslagen wegens nevenactiviteiten zonder toestemming. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd was wegens het ontbreken van een dringende reden. Het UWV weigerde daarop een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn voor bezwaar heeft overschreden, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is. Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat de weigering van de uitkering niet kan worden gehandhaafd omdat de verwijtbaarheidstoets volgens de gewijzigde WW per 1 oktober 2006 vereist dat een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW Pro aanwezig is. Gezien het vonnis van de kantonrechter is zo’n dringende reden niet aannemelijk.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.