ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4019
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afgifte dossier op grond van overeenkomst van bruiklening en artikel 843a Rv
In deze civiele procedure vordert gedaagde in een incident de afgifte van het volledige dossier dat hij eerder aan de opvolgende advocaat van eiser had overgedragen. Gedaagde baseert zijn primaire vordering op artikel 7a:1777 BW (overeenkomst van bruiklening) en subsidiair op artikel 843a Rv. Eiser betwist dat sprake is van een bruikleenovereenkomst en stelt dat het dossier eigendom is van hem als opdrachtgever.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat het dossier eigendom is van gedaagde en dat de bruikleenovereenkomst van toepassing is. Daarom wordt de primaire vordering afgewezen. Wel wordt de subsidiaire vordering op grond van artikel 843a Rv toegewezen, omdat gedaagde een rechtmatig belang heeft bij de afgifte van bepaalde bescheiden die betrekking hebben op de rechtsbetrekking tussen partijen.
De rechtbank legt een dwangsom op van EUR 500 per dag met een maximum van EUR 15.000 bij niet-naleving van het vonnis. Tevens wordt bepaald dat gedaagde een redelijke vergoeding van EUR 200 exclusief BTW dient te betalen voor het verstrekken van de afschriften. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot afgifte van afschriften van het dossier aan gedaagde onder oplegging van een dwangsom en met vergoeding van kosten.