ECLI:NL:GHAMS:2010:BM8029
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- M.M. Olthof
- R.J.J. van Acht
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens tekortschieten advocaat bij ontbinding aannemingsovereenkomst
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [geïntimeerden] en hun advocaat [appellant] over de nakoming van diens verplichtingen bij de ontbinding van een aannemingsovereenkomst met Bouw- en Aannemingsbedrijf [A] B.V. De aannemingsovereenkomst betrof een verbouwing met een opleveringstermijn die werd overschreden. [geïntimeerden] verzocht in februari 2003 de ontbinding van de overeenkomst, maar de Raad van Arbitrage voor de Bouw oordeelde in 2005 dat de ontbinding feitelijk een opzegging betrof, waardoor [geïntimeerden] moest afrekenen met [A].
[geïntimeerden] stelt dat [appellant] tekort is geschoten door niet tijdig een ingebrekestelling uit te brengen, waardoor zijn recht op schadevergoeding tegen [A] verloren is gegaan. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat sprake was van een beroepsfout, maar liet ruimte voor verdediging. Het hof bevestigt dat artikel 6:89 BW Pro, dat het recht op beroep op ondeugdelijke prestatie kan laten vervallen bij te late klacht, ook van toepassing is op advocaten.
Het hof stelt dat [geïntimeerden] tijdig heeft geklaagd, namelijk kort na ontvangst van een notitie van een andere advocaat waarin de fouten werden onderkend. Het hof acht aannemelijk dat [geïntimeerden] deze notitie met [appellant] heeft besproken en dat daarmee aan de klachtplicht is voldaan. Het hof laat [appellant] toe tot bewijslevering om tegenbewijs te leveren en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Hof oordeelt dat klachtplicht artikel 6:89 BW ook voor advocaten geldt, stelt dat klager tijdig heeft geklaagd en staat bewijslevering toe, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.