ECLI:NL:RBUTR:2008:BC8932
Rechtbank Utrecht
- Proceskostenveroordeling
- K.J. Veenstra
- H. Gorter
- G.C. van Gelein Vitringa-Bouwewijnse
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering rijksbijdrage wegens onjuiste uitleg 'werkelijk schoolgaand' in voortgezet onderwijs
Eiseres, het bevoegde gezag van twee voortgezet onderwijs scholen, betwistte de terugvordering van ruim €464.000 door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De terugvordering was gebaseerd op het standpunt dat een aantal leerlingen niet als 'werkelijk schoolgaand' konden worden beschouwd volgens artikel 7 van Pro het Bekostigingsbesluit WVO, omdat zij onderwijs volgden via een samenwerkingsverband met een BVE-instelling.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris een te beperkte en onjuiste uitleg gaf aan het begrip 'werkelijk schoolgaand'. Volgens de rechtbank volgt uit de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 7 dat Pro alleen het inschrijven als werkelijk schoolgaand en het niet meer dan de helft van de schooldagen zonder geldige reden verzuimen relevant zijn. De eis dat leerlingen fysiek onderwijs moeten volgen op de school zelf en dat het onderwijs moet voldoen aan inrichtings- en examenvoorschriften werd niet als aanvullende voorwaarde erkend.
De rechtbank vernietigde daarom de bestreden besluiten en oordeelde dat de grondslag voor de terugvordering ontbrak. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een correcte interpretatie van subsidieregelgeving en rechtszekerheid voor onderwijsinstellingen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de terugvorderingsbesluiten en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.