ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0273
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Gorter
- F.M.D. Aardema
- K.J. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en intrekking bijstandsuitkering wegens niet-melding onroerende zaken
Eisers, die een gezamenlijke huishouding voeren, ontvingen bijstand op grond van de WWB. Verweerder stelde na een fraudemelding dat eisers onroerende zaken en bankrekeningen in Suriname bezaten die niet waren gemeld. Op grond hiervan werd de bijstandsuitkering opgeschort, ingetrokken en teruggevorderd over de periode van 22 maart 2000 tot 30 april 2006.
Eisers betwistten het bezit van onroerende zaken en voerden aan dat verweerder onvoldoende duidelijkheid gaf over de waarde van de percelen en te laat handelde, waarmee het 'speedy trial'-beginsel werd geschonden. Verweerder stelde dat eisers de inlichtingenplicht hadden geschonden en dat het eigendom van de percelen uit de tenaamstelling bleek.
De rechtbank oordeelde dat het eigendom van de percelen aan eisers toebehoorde en dat de inlichtingenplicht op beide partners rust. De schending van deze plicht rechtvaardigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. Het tijdsverloop tussen melding en besluit werd gerechtvaardigd door het noodzakelijke onderzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.