ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0959
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige daad na bewezenverklaarde verkrachting
De rechtbank Utrecht behandelde een civiele zaak waarin eiseres schadevergoeding vorderde van gedaagde wegens onrechtmatige daad, namelijk de verkrachting op 7 januari 2001. De verkrachting was reeds door het hof Arnhem bewezen verklaard, waarbij gedaagde was veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf. Eiseres had als gevolg van de verkrachting posttraumatische stressklachten ontwikkeld en was gedurende circa 19 maanden in behandeling geweest.
Eiseres vorderde zowel immateriële schadevergoeding ter hoogte van €8.000 als materiële schadevergoeding van €746,32, bestaande uit onder andere eigen bijdragen voor psychotherapie, reiskosten en kosten voor rechtsbijstand. Gedaagde voerde verweer tegen de omvang van de immateriële schadevergoeding en betwistte enkele posten van de materiële schade.
De rechtbank oordeelde dat eiseres recht heeft op schadevergoeding op grond van artikel 6:106 BW Pro vanwege de ernstige inbreuk op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. De immateriële schadevergoeding werd vastgesteld op €2.000, rekening houdend met de ernst van de verkrachting, het leeftijdsverschil en de vertrouwenspositie. De materiële schadevergoeding werd grotendeels toegewezen, met een bedrag van €739,32. Toekomstige schade werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Gedaagde werd tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.170,31. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.739,32 schadevergoeding en €1.170,31 proceskosten aan eiseres wegens onrechtmatige daad na bewezenverklaarde verkrachting.