ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1278
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanspraak op aanvullende WAO-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid
De werknemer was sinds 1992 gedeeltelijk arbeidsongeschikt en ontving vanaf 1993 een WAO-uitkering met aanvulling tot 100% van het loon op grond van de toen geldende CAO. Vanaf 24 mei 2004 werd zij volledig arbeidsongeschikt, waarna zij aanspraak maakte op een aanvullende uitkering gedurende twee jaar, conform de CAO-bepalingen.
De werkgever had de aanvulling echter per 1 januari 2005 beëindigd. De werknemer stelde dat de aanvullingsverplichting bij volledige arbeidsongeschiktheid complementair zou zijn aan die bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, waardoor zij recht had op voortzetting van de aanvulling.
De rechtbank oordeelde dat de CAO-bepalingen twee naast elkaar bestaande, niet op elkaar volgende aanvullingsverplichtingen bevatten voor gedeeltelijke en volledige arbeidsongeschiktheid. De uitleg van de werknemer dat bij overgang naar volledige arbeidsongeschiktheid een nieuwe aanvullende verplichting ontstaat, wordt niet gevolgd. De vordering wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot aanvullende WAO-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid wordt afgewezen.