ECLI:NL:RBUTR:2008:BD2251
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek werknemer tot ontheffing concurrentiebeding na fusie
Een werknemer, werkzaam als service engineer bij een producent van noodstroomvoorzieningen, vordert in kort geding ontheffing van het concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst na een fusie tussen zijn werkgever en een andere onderneming. Hij stelt dat het beding door de fusie zwaarder is gaan drukken en dat de verslechterde werksfeer en spanningen hem belemmeren elders te gaan werken.
De werkgever betwist dit en voert aan dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is en dat het binden van service-monteurs aan een dergelijk beding gerechtvaardigd is vanwege hun technische kennis. De werknemer heeft nog geen concreet uitzicht op een andere baan en heeft de arbeidsovereenkomst niet opgezegd.
De rechtbank oordeelt dat het concurrentiebeding geldig is en dat de werknemer onvoldoende heeft gesteld om aannemelijk te maken dat het beding door de fusie zwaarder is gaan drukken. Ook het beroep op ongelijke behandeling wordt verworpen. Omdat de werknemer geen concreet uitzicht heeft op een andere dienstbetrekking, kan in dit kort geding geen belangenafweging plaatsvinden. De vordering wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontheffing van het concurrentiebeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en ontbreken concreet uitzicht op andere baan.