ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6459
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- M. van Delft-Baas
- P. Bender
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Beslissing niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen wrakingskamer in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke procedure bij de rechtbank Utrecht heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer die eerder een wrakingsverzoek van hem tegen een rechter had behandeld. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een rechter gewraakt kan worden wegens schending van onpartijdigheid, maar dat de wet niet voorziet in wraking van de wrakingskamer zelf. Bovendien is in artikel 8:18 lid 5 Awb Pro bepaald dat tegen de beslissing van de wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer ingediend nadat eerder een wrakingsverzoek tegen een rechter niet-ontvankelijk was verklaard. Daarnaast is een lid van de wrakingskamer overleden, waardoor het verzoek voor zover gericht tegen deze persoon eveneens niet-ontvankelijk is. De rechtbank verklaart het wrakingsverzoek van verzoeker daarom niet-ontvankelijk.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer zonder mondelinge behandeling en is openbaar uitgesproken. De griffier draagt zorg voor toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen en functionarissen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker tegen de wrakingskamer wordt niet-ontvankelijk verklaard.