ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6852
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- E.F.A. van Buitenen
- D.A.J. Overdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft op 7 mei 2008 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris (RC) die belast is met het onderzoek in zijn strafzaak. Het verzoek betrof met name de weigering van de RC om bepaalde getuigen, waaronder voormalige en huidige officieren van justitie, te horen.
De rechtbank overweegt dat de RC binnen haar beoordelingsruimte heeft gehandeld en dat het niet horen van officieren van justitie als getuigen geen gebrek aan onpartijdigheid oplevert. De rechtbank benadrukt dat het beginsel geldt dat officieren van justitie als partij in het strafproces niet als getuige worden gehoord, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
Verzoeker stelde dat de weigering van de RC de schijn van partijdigheid wekt, maar de rechtbank constateert dat geen bijzondere omstandigheden of uitlatingen zijn die dit ondersteunen. De persoonlijke instelling van de RC is niet ter discussie gesteld, zodat alleen objectieve feiten en omstandigheden zijn onderzocht.
Op grond van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro wordt geconcludeerd dat het wrakingsverzoek ongegrond is. De strafzaak blijft in handen van de RC. De beslissing is op 19 juni 2008 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.