ECLI:NL:RBUTR:2008:BF4586
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid civiele rechter inzake pensioenafspraken tussen ex-ambtenaar en werkgever
De zaak betreft een geschil over pensioenbetalingen tussen een ex-ambtenaar en haar voormalige werkgevers, Stichting Wageningen Universiteit en Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO). De ex-ambtenaar stelt dat zij recht heeft op een aanvulling van 120% van haar laatstverdiende loon tot haar 65ste, vanwege gemaakte afspraken nadat zij na haar 55ste bleef werken. De werkgevers betwisten het bestaan van dergelijke afspraken en voeren aan dat de betalingen op basis van privaatrechtelijke regelingen zijn gedaan.
De rechtbank onderzoekt allereerst haar bevoegdheid en concludeert dat de betalingen een privaatrechtelijke grondslag hebben, ondanks dat de ex-ambtenaar rijksambtenaar was en dat in het organisatieplan naar de FPU-regeling wordt verwezen. De rechtbank is daarom bevoegd om over de vorderingen kennis te nemen.
Vervolgens wordt vastgesteld dat de werkgevers een vorderingsrecht hebben, ook al zijn de betalingen door het ABP gedaan, omdat het ABP deze verhaalt op de werkgevers. De rechtbank legt de bewijslast voor het bestaan van de door de ex-ambtenaar gestelde afspraken bij haar en geeft haar de opdracht dit bewijs te leveren, onder meer via getuigenverhoor of bewijsstukken.
De rechtbank bepaalt een datum voor het getuigenverhoor en stelt nadere procesinstructies vast. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en legt de bewijslast voor de gestelde pensioenafspraken bij de ex-ambtenaar.