ECLI:NL:RBUTR:2008:BF9284
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Schepen
- J.M. Willems
- C.A.M. van Straalen-Coumou
- Rechtspraak.nl
Bewijswaardering en afwijzing vordering succesfee na overname vastgoedbedrijf
Eiser, vertegenwoordiger van PwC, stelde dat hij persoonlijk een succesfee van 10% had afgesproken met de bestuurder van AM voor het verlagen van de overnameprijs van MDC. AM betwistte dit en stelde dat de succesfee aan PwC was toegezegd, niet aan eiser persoonlijk.
De rechtbank onderzocht verklaringen van partijen, getuigenverklaringen, boekhoudkundige gegevens en processen-verbaal van voorlopige getuigenverhoren. De reservering in de administratie was ten gunste van PwC gemaakt, niet ten gunste van eiser. Eiser kon niet overtuigend aantonen dat er een persoonlijke overeenkomst bestond.
De verklaringen van de bestuurder en andere betrokkenen, waaronder leden van de Raad van Commissarissen en de financieel directeur, ondersteunden het standpunt van AM. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn vordering.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde eiser en zijn vennootschap tot betaling van de proceskosten aan AM.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van een persoonlijke succesfee-overeenkomst.