ECLI:NL:RBUTR:2008:BG1043
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gemeente Loenen tegen Provincie Utrecht inzake herindelingsadvies
De gemeente Loenen en enkele inwoners hebben de Provincie Utrecht gedagvaard wegens vermeend onrechtmatig handelen bij het vaststellen van een herindelingsadvies voor het Vecht- en Plassengebied. Loenen stelt dat de Provincie het advies niet op de voorgeschreven wijze heeft voorgelegd aan de betrokken gemeenten, in strijd met artikel 8 lid 3 van Pro de Wet Algemene Regels Herindeling (Wet Ahri), en beroept zich tevens op het Europees Handvest inzake lokale autonomie en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank stelt vast dat hoewel de burgerlijke rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vordering, de beoordeling van het herindelingsadvies stuit op het toetsingsverbod van artikel 120 van Pro de Grondwet, omdat het advies onderdeel is van de voorbereiding van een wetsvoorstel. De rechter moet terughoudend zijn in het toetsen van procedures die leiden tot formele wetgeving.
De rechtbank overweegt dat het herindelingsadvies nog niet heeft geleid tot een wetswijziging en dat alleen de formele wetgever bevoegd is om te oordelen over de procedure en inhoud daarvan. Het beroep op artikel 5 van Pro het Europees Handvest inzake lokale autonomie wordt verworpen, omdat niet aannemelijk is dat het herindelingsadvies de plaatselijke gemeenschappen niet voldoende heeft geraadpleegd.
Daarom wordt geconcludeerd dat de Provincie niet onrechtmatig heeft gehandeld en wordt de vordering van Loenen afgewezen. Loenen wordt veroordeeld in de proceskosten van de Provincie.
Uitkomst: De vordering van gemeente Loenen tegen de Provincie Utrecht wordt afgewezen wegens toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet.