ECLI:NL:RBUTR:2008:BG4133
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitvoerbaarverklaring Duits vonnis wegens betwisting betekening inleidend stuk
Verzoekster heeft verzet ingesteld tegen een beschikking van de voorzieningenrechter die een in Duitsland genomen vonnis uitvoerbaar verklaarde in Nederland. Het verzet is ingesteld op grond van de EEX-Verordening en betreft de vraag of het inleidende stuk tijdig en op juiste wijze aan verzoekster is betekend.
Verzoekster stelt dat zij nooit een betekening van het inleidende stuk heeft ontvangen, waardoor het Duitse vonnis niet erkend zou mogen worden. De rechtbank overweegt dat de procedure als verzet in de zin van artikel 43 EEX Pro-Vo moet worden behandeld en dat de gronden voor weigering of intrekking van de uitvoerbaarverklaring beperkt zijn tot die in de artikelen 34 en 35 EEX-Vo.
De rechtbank stelt vast dat verweerster een certificaat heeft overgelegd waaruit blijkt dat het stuk op 11 juli 2005 is betekend, maar dat dit certificaat alleen gebaseerd is op een ontvangstbevestiging door een deurwaarder in Nederland. Nadere stukken tonen aan dat verzoekster het stuk op 15 juli 2005 zou hebben geweigerd in ontvangst te nemen. Verzoekster krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten, waarna de rechtbank verdere beslissing zal nemen.
Uitkomst: Verzoekster krijgt gelegenheid om zich uit te laten over aanvullende stukken; verdere beslissing wordt aangehouden.