ECLI:NL:RBUTR:2008:BG5158
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verlenging arbeidsovereenkomst na klacht over discriminatie
De man, werkzaam bij Servex op het centraal station in Utrecht, diende in mei 2006 een klacht in over discriminatie door collega's. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde dat sprake was van victimisatie door de werkgever na zijn klacht. De man vorderde primair verlenging van zijn arbeidsovereenkomst en subsidiair een schadevergoeding.
De kantonrechter overwoog dat artikel 8a AWGB geen grond biedt voor verlenging van de arbeidsovereenkomst, anders dan artikel 8 AWGB Pro dat vernietiging van ontslag mogelijk maakt. De kantonrechter stelde dat de bewijslast voor het causaal verband tussen klacht en niet-verlenging bij de werknemer ligt. Hoewel aannemelijk was dat de collega met de discriminerende opmerking invloed wilde uitoefenen, is niet komen vast te staan dat dit de beslissing beïnvloedde.
Verder oordeelde de kantonrechter dat Servex de klacht voldoende serieus had genomen en dat de man onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om het vermoeden van discriminatie te onderbouwen. Ook de vermeende toezegging tot verlenging was niet feitelijk onderbouwd. De vordering werd daarom afgewezen en de man werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verlenging van de arbeidsovereenkomst en schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaliteit tussen klacht en niet-verlenging.