ECLI:NL:RBUTR:2008:BG8852
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering stagevergoeding bij leerovereenkomst zonder arbeidsovereenkomst
Eiseres voerde gedurende zes weken stage uit op basis van een praktijkovereenkomst waarin de rechtspositie van student werd bevestigd en een stagevergoeding van €200 bruto per maand was overeengekomen. De stage werd voortijdig beëindigd en de vergoeding niet betaald.
De kantonrechter stelde vast dat de overeenkomst primair een leerovereenkomst betrof en niet kwalificeerde als arbeidsovereenkomst, mede vanwege het ontbreken van gezagsverhouding en het overheersende leerkarakter. Hoewel geen loon in arbeidsrechtelijke zin was verschuldigd, kon eiseres aanspraak maken op de overeengekomen stagevergoeding.
De verweren van gedaagde, waaronder het ontbreken van loonadministratie en voortijdige beëindiging, faalden. De wettelijke verhoging op grond van art. 7:625 BW Pro werd afgewezen omdat geen sprake was van loon. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf 28 december 2007. Proceskosten werden gecompenseerd en de vordering tegen mede-gedaagde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van de overeengekomen stagevergoeding van €300 bruto met wettelijke rente vanaf 28 december 2007.