ECLI:NL:RBUTR:2009:BH2374
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Delft-Baas
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens beroepsfouten bij hoger beroep en nietige dagvaarding
In deze zaak vorderen eisers een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens beroepsfouten van hun advocaat. De advocaat had een dagvaarding opgesteld die door de rechtbank nietig werd verklaard. In plaats van een herstelexploot uit te brengen, stelde de advocaat hoger beroep in tegen het vonnis. Tevens ging zij onvoldoende in op de verweren van de wederpartij in de memorie van grieven.
De rechtbank overweegt dat een advocaat dient te handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Het instellen van hoger beroep tegen een nietige dagvaarding bracht een onnodig risico mee, aangezien het hof de nietigverklaring met grote waarschijnlijkheid zou bekrachtigen. Ook het nalaten om in de memorie van grieven adequaat te reageren op het verweer van de wederpartij is een beroepsfout.
De rechtbank verklaart de eisers niet-ontvankelijk ten opzichte van de tweede gedaagde, maar stelt vast dat de eerste gedaagde tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Er wordt een causaal verband aangenomen tussen de beroepsfout en de mogelijke schade, die nader op te maken is bij staat. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en nakosten wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de eerste gedaagde opgelegd.
Uitkomst: De advocaat is aansprakelijk wegens beroepsfouten en veroordeeld tot schadevergoeding nader op te maken bij staat.