ECLI:NL:HR:2011:BP4977
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie inzake beroepsaansprakelijkheid advocaat
In deze zaak stond de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal, waarbij eiseres beroep in cassatie instelde tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De zaak betrof onder meer de vraag of een dagvaarding die nietig was verklaard op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d jo. artikel 120 lid 1 Rv Pro, gevolgen had voor de aansprakelijkheid.
De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken van de rechtbank Utrecht en het gerechtshof Amsterdam en concludeerde dat de in het middel aangevoerde klachten geen grond voor cassatie boden. Er werd geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2011. De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding, maar begrootte deze kosten aan de zijde van verweerders op nihil.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.