ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9988
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.M. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek gedetacheerde werknemer wegens prematuriteit en onvoldoende onderzoek herplaatsing
Kembo B.V. verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 1974 in dienst was en gedetacheerd bij een derde partij. De werkgever voerde financiële noodzaak en herstructurering aan als grond voor het verzoek. De kantonrechter constateerde dat Kembo onvoldoende had onderzocht of de werknemer definitief bij de derde partij geplaatst kon worden en dat er geen rekening was gehouden met de bijzondere positie van de werknemer, die arbeidsongeschikt was en bijna de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek prematuur was omdat de werkgever geen passende alternatieven had onderzocht en onvoldoende overleg had gevoerd met alle belanghebbende vakbonden, wat in het kader van collectief ontslag relevant was. De verplichtingen uit de Wet Melding Collectief Ontslag en de Wet op de Ondernemingsraden waren niet volledig nageleefd, maar de kantonrechter vond het niet opportuun om de procedure aan te houden vanwege de financiële situatie van de werkgever.
Daarom werd het ontbindingsverzoek afgewezen, waarbij de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten. De bijzondere omstandigheden van de werknemer, waaronder zijn leeftijd, arbeidsongeschiktheid en detacheringspositie, speelden een belangrijke rol in de afwijzing.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van de gedetacheerde werknemer wordt afgewezen wegens prematuriteit en onvoldoende onderzoek naar herplaatsing.