Conclusie
1.Inleiding
Art. 47 RO Pro bepaalt dat het bestuur voor het behandelen en beslissen van kantonzaken enkelvoudige kamers vormt en de bezetting daarvan bepaalt.
Verder bevat het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in art. 15 lid 2 het Pro voorschrift dat, indien de zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling en beslissing door één rechter, zij deze verwijst naar een meervoudige kamer, bestaande uit drie leden, en dat de enkelvoudige kamer ook in andere gevallen een zaak naar een meervoudige kamer kan verwijzen.
In art. 96 Rv Pro is de mogelijkheid opgenomen dat partijen zich samen tot de kantonrechter van hun keuze wenden en zijn beslissing inroepen, in welk geval het geding wordt gevoerd op de wijze zoals door de kantonrechter wordt bepaald.
Tot slot kan de kantonrechter op de voet van art. 98 Rv Pro in bepaalde gevallen (bedoeld in art. 94 lid Pro 2 t/m 4 en art. 97 lid 1 Rv Pro) de zaak (met toepassing van art. 15 lid 2 Rv Pro) verwijzen naar een meervoudige kamer voor andere zaken dan kantonzaken.
2.Aanleiding vordering
3.Plan van behandeling
1. de kantongerechten;
2. de arrondissementsrechtbanken;
3. de provinciale gerechtshoven en “de kriminele Regtbank te
Amsterdamgevestigd” en
4. “den Hoogen Raad”.
De kanton-regters en assessoren moeten, onverminderd de vereischten bij de grondwet voorgeschreven , den vollen ouderdom van 25 jaren bereikt hebben.
alleen[zal] uitoefenen”.
burgerlijke gedingenen
overtredingen.
In strafzaken kan de kanton-regter in geen geval
alleenregt spreken.
Deze zijn de algemeene beginselen waarop de zamenstelling der kanton-geregten gebouwd is.”
Meervoudige kantonrechtspraak in het wetsvoorstel Evaluatie modernisering rechterlijke organisatie
De Adviescommissie beveelt voorts aan om over de hele linie – en dus niet alleen in de in artikel 98 Rv Pro genoemde gevallen – een verwijzing door de kantonrechter (als alleensprekende rechter) naar een meervoudige kamer van kantonrechters mogelijk te maken. Dit vraagt om schrapping van de wettelijke bepaling die erop neerkomt dat kantonzaken behalve in enkele specifieke gevallen enkelvoudig worden afgedaan.”
6.Argumenten voor meervoudige en enkelvoudige rechtspraak in literatuurArgumenten voor meervoudige rechtspraak
Vanuit een opleidingsfunctie biedt enkelvoudige rechtspraak meer mogelijkheden tot specialisatie en om de individuele capaciteiten van een rechter vast te stellen.
7.Meervoudige rechtspraak in kantonzaken in literatuur en praktijk
Literatuur
De reden waarom verwezen wordt, kan echter wel worden afgeleid uit de aard van de zaak, zoals een aanzienlijk financieel belang, de complexiteit van de zaak, het zaaksoverschrijdende belang of een combinatie van die factoren.
Ik sluit niet uit dat in de praktijk een oplossing is gezocht voor een breed gevoeld probleem bij het enkelvoudig behandelen en beslissen van ingewikkelde kantonzaken. De kantonrechters in de rechtbank Midden-Nederland hebben 11 van de 22 vonnissen gewezen en hebben dat gedaan, blijkens het opschrift van het vonnis, in een “meervoudige kamer voor kantonzaken”.
2. Indien slechts een van partijen zich tot de kantonrechter wendt voor toepassing van het eerste lid, wordt aan haar keuze slechts gevolg gegeven indien alle andere partijen de kantonrechter berichten dat zij instemmen met deze keuze.”
De op rechtspraak.nl vermelde uitspraken die met zoveel woorden op de voet van art. 96 Rv Pro zijn gewezen, zijn de volgende (van jong naar oud):
(i) Rb. Rotterdam 7 oktober 2022. [79] Arbeidszaak.
Rov. 4.1 van het vonnis luidt als volgt:
In zoverre kan art. 96 Rv Pro dan ook als grondslag dienen voor verwijzing. De beperking die daarin is gelegen, is evenwel dat verwijzing naar een meervoudige kamer dan alleen kan plaatsvinden in een procedure waarin partijen zich ‘gezamenlijk’ tot de kantonrechter hebben gewend. De kantonrechter, die meer in het algemeen van oordeel is dat een zaak ongeschikt is voor enkelvoudige behandeling, kan niet op de grondslag van art. 96 Rv Pro naar een meervoudige kamer verwijzen indien partijen of een van partijen daartoe niet bereid zijn/is.
9.Verwijzing naar een meervoudige kamer zoals bedoeld in art. 98 Rv Pro
10.Verwijzing naar een meervoudige kamer op de voet van art. 15 Rv Pro
In het wetsvoorstel was in een apart artikel (art. 14a, in het wetsvoorstel genummerd art. 1.2.1) bepaald dat bij het kantongerecht zaken, behoudens in de wet genoemde uitzonderingen, worden behandeld en beslist door een enkelvoudige kamer. Als gevolg van de bestuurlijke onderbrenging van de kantongerechten bij de rechtbank is art. 14a naderhand vervallen waardoor het eerste lid van art. 15 Rv Pro ook van toepassing is in kantonzaken. [94]
Art. 15 lid 2 Rv Pro als grondslag voor verwijzing naar een meervoudige kamer (van kantonrechters)?
12.Slotsom
De onderhavige vordering tot cassatie in het belang der wet strekt dus niet tot invoering van meervoudige kantonrechtspraak over de gehele linie.
Deze behoefte bestaat bij zowel rechters als bij partijen, hetgeen blijkt uit de weergegeven rechtspraak.
Genoemd voorstel werd in de Wet gerechtelijke kaart immers om met name budgettaire redenen ongedaan gemaakt, waarbij geen aandacht is besteed aan de wenselijkheid van meervoudige kantonrechtspraak in zaken die ongeschikt zijn voor de kantonrechter als enkelvoudige kamer.
13.Nietigheid van in strijd met art. 5 lid 2 RO Pro gewezen uitspraken
Mijn hiervoor genoemde slotsom is dat meervoudige kantonrechtspraak op grond van (uitleg van) art. 15 lid 2 Rv Pro mogelijk is en dus is toegestaan. Dat betekent dat een meervoudig gewezen uitspraak niet nietig is.
Ten overvloede beantwoord ik de vraag niettemin.
Een soortgelijk voorschrift was al in 1827 opgenomen in art. 21 RO Pro (oud), dat als volgt luidde:
Meavita-beschikking. [121] De Hoge Raad stelde vast dat de beschikking niet was gewezen door het in de wet bepaalde aantal rechters omdat één van de rechters voor vaststelling van de volledige tekst van de beschikking was gedefungeerd (rov. 3.3.3). [122] Vervolgens werd over de gevolgen van de nietigheid van de beschikking in rov. 3.3.4 het volgende overwogen:
Meavita-beschikking geoordeeld dat in een geval waarin een uitspraak alleen of mede is gewezen door een rechterlijk ambtenaar die voorafgaand aan de indiensttreding een eed of belofte heeft afgelegd met het oog op de benoeming in het rechterlijk ambt, maar waarbij op enigerlei wijze sprake is van een onvolkomenheid in de wijze waarop die beëdiging heeft plaatsgevonden, –
als in zo'n geval een rechtsmiddel openstaat– de vraag aan de orde kan komen of die onvolkomenheid gevolgen heeft voor de betreffende uitspraak. Of die onvolkomenheid, mede gelet op artikel 5 lid 2 RO Pro, ook tot vernietiging van de betreffende uitspraak moet leiden, is volgens de Hoge Raad daarbij afhankelijk van de aard van de onvolkomenheid die zich heeft voorgedaan, en moet mede in het licht van het doel en de strekking van de wettelijke regeling van de beëdiging van rechterlijke ambtenaren worden beoordeeld. [124]
Meavita-beschikking [125] opgemerkt dat “het hier niet om formeel geneuzel” gaat:
Meavita-beschikking ook worden toegepast op meervoudig gewezen vonnissen van kantonrechters. Een eventuele nietigheid geldt niet van rechtswege en kan uitsluitend worden ingeroepen in het kader van een daartegen openstaand rechtsmiddel.
Meavita-beschikking heeft betrekking op het geval dat ‘te weinig rechters’ in de zin van art. 5 lid 2 RO Pro uitspraak wijzen.
In deze vordering tot cassatie in het belang der wet gaat het om het spiegelbeeld, het wijzen van een rechterlijke uitspraak door ‘teveel rechters’.
Stb.1914, 564 was gewezen door vier leden in plaats van het door art. 2 in Pro verbinding met art. 7 van Pro die wet bepaalde aantal van drie leden. Dit leidde tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing. [127]