ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ6275
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voogdij en uithuisplaatsing bij solozeiltocht minderjarige
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om voorlopige voogdij toe te wijzen aan Bureau Jeugdzorg Utrecht, en subsidiair om voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een 13-jarig meisje dat een solozeiltocht rond de wereld wil maken. De ouders stonden niet toe dat de zeiltocht werd verboden.
De rechtbank oordeelde dat de ouders, met name de vader, niet kunnen worden verweten dat zij hun opvoedingsplicht grove wijze verwaarlozen. De vader heeft de reis voorbereid en veiligheidsmaatregelen getroffen. De risico's van de tocht zijn weliswaar groot, maar dit rechtvaardigt niet de schorsing van het gezag.
Wel acht de rechtbank een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk vanwege de ernstige bedreiging van de psychische en cognitieve ontwikkeling van het meisje door de zeilreis. De rechtbank benoemt een deskundige voor nader onderzoek naar het ontwikkelingsniveau, de copingsvaardigheden en de mogelijkheid tot zelfstudie.
Het verzoek tot uithuisplaatsing wordt afgewezen omdat het een te ingrijpende maatregel is zonder voldoende concrete aanwijzingen. De voorlopige ondertoezichtstelling wordt voor twee maanden uitgesproken, met een vervolgprocedure gepland na het deskundigenonderzoek.
Uitkomst: Verzoek voorlopige voogdij en uithuisplaatsing afgewezen, voorlopige ondertoezichtstelling toegewezen met nader onderzoek.