ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0017
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. in‘t Veld
- Rechtspraak.nl
Vergoeding niet genoten vakantiedagen tijdens ziekte en loonvordering werknemer
Werkneemster was van 1995 tot 2009 in dienst bij werkgever en werd vanaf mei 2006 wegens ziekte arbeidsongeschikt. Zij vordert vergoeding voor 58 niet genoten vakantiedagen, loonachterstand, onterecht ingehouden loon en achterstallige vakantiebijslag. Werkgever erkent loonachterstand en vakantiebijslag, maar betwist vergoeding voor niet genoten vakantiedagen over ziekteperiode op grond van artikel 7:635 lid 4 BW Pro.
De kantonrechter overweegt dat de Europese richtlijn 2003/88/EG en het arrest Schultz-Hoff het recht op minimumvakantie met behoud van loon ook voor zieke werknemers beschermen. Werkgever had de jaarlijkse minimumvakantie tijdens ziekte niet vastgesteld, waardoor het beroep op artikel 7:635 lid 4 BW Pro onaanvaardbaar is volgens goed werkgeverschap en redelijkheid.
De vergoeding voor niet genoten vakantiedagen wordt berekend op basis van het loon dat gold tijdens de opbouwperiode, inclusief CAO-loonsverhogingen. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 6.318,86 bruto voor vakantiedagen, € 80,94 bruto loon, wettelijke rente en verhoging, en tot het verstrekken van deugdelijke specificaties. De vordering tot incassokosten wordt afgewezen. Werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van vergoeding voor 58 niet genoten vakantiedagen, loonachterstand, wettelijke rente en proceskosten.