Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
3.Procesverloop
4.Inleiding
de werknemer die op voorhand afstand wil doen van verlofdagen tijdens arbeidsongeschiktheid dit slechts desbewust kan doen, door dit individueel schriftelijk in een (arbeids)overeenkomst vast te leggen’ (rov. 3.4.4 tussenarrest).
Het zou op te veel praktische bezwaren stuiten, ingeval de arbeider tijdens de vakantie ziek wordt of een ongeval krijgt, voor te schrijven, dat deze dagen niet als genoten vakantie mogen worden beschouwd.’ [15] Ziekte van de werknemer die pas tijdens de vakantie opkwam, was derhalve voor risico van de werknemer; die ziektedagen golden wel als vakantiedagen. Daaraan lag mede ten grondslag angst voor misbruik en ‘
de vrijwel onoplosbare controleproblematiek’. [16]
tenzij in een voorkomend geval de werknemer daarmee instemt’) (zie nader onder 9.2-9.17). [25] Daarmee kreeg de regeling zijn huidige vorm, in art. 7:638 lid 8 BW Pro.
6.Rechtspraak HvJEU over samenloop van ziekte en vakantie
enerzijds uit te rusten van de uitvoering van de hem door zijn arbeidsovereenkomst opgelegde taken, en anderzijds over een periode van ontspanning en vrije tijd te beschikken’. [29] Het recht op vakantie moet worden beschouwd als ‘
een bijzonder belangrijk beginsel van sociaal recht van de Unie, waarvan niet mag worden afgeweken en waaraan de bevoegde nationale autoriteiten slechts uitvoering mogen geven binnen de grenzen die uitdrukkelijk zijn aangegeven in [de Arbeidstijdenrichtlijn]’, zo heeft het HvJEU bij herhaling overwogen in zijn rechtspraak over art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn. [30]
ontstaan zelf’ van het recht mag door de lidstaten echter niet van ‘
enigerlei voorwaarde’ afhankelijk worden gesteld, aldus het HvJEU. [31]
beschermingsregels’die het HvJEU met betrekking tot de minimumperiode van art. 7 lid 1 heeft Pro ontwikkeld dat zijn. [33]
Schultz-Hoff-arrest oordeelde het HvJEU dat het in art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn vervatte recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon, toekomt aan alle werknemers, ongeacht hun gezondheidstoestand. [34] Volgens het HvJEU maakt de Arbeidstijdenrichtlijn voor wat betreft dit recht geen onderscheid tussen werknemers die in de referentieperiode – de (door de lidstaten vastgestelde) periode waarin vakantierechten worden opgebouwd – niet hebben gewerkt wegens ziekteverlof, en werknemers die in die periode wel hebben gewerkt. Het recht op vakantie van zieke werknemers mag door de lidstaten dan ook niet afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat gedurende de referentieperiode daadwerkelijk is gewerkt, zo blijkt uit het arrest. [35] Ook zieke werknemers hebben dus recht op een volledige opbouw van minimum vakantierechten. [36]
Schultz-Hoff-arrest volgt verder dat het aan de lidstaten is om te bepalen of vakantie kan worden opgenomen tijdens ziekte. Het HvJEU overwoog dat art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn in beginsel niet in de weg staat aan nationale bepalingen die het opnemen van (de minimum)vakantie tijdens een periode van ziekteverlof verbieden, mits de zieke werknemer de mogelijkheid heeft om in een andere periode gebruik te maken van het hem door richtlijn verleende recht op vakantie. De Arbeidstijdenrichtlijn verzet zich volgens het HvJEU echter evenmin tegen nationale bepalingen die inhouden dat de zieke werknemer zijn recht op vakantie (wél) kan opnemen tijdens een periode van ziekteverlof. [37]
het rechtheeft om tijdens ziekte vakantieverlof op te nemen. Het gaat dus nadrukkelijk om een recht van de werknemer om tijdens ziekte vakantieverlof op te nemen, niet om een verplichting.
Pereda [38] dat art. 7 lid Pro 1 Arbeidstijdenrichtlijn zich verzet tegen nationale bepalingen of collectieve arbeidsovereenkomsten die bepalen dat een werknemer die met ziekteverlof is tijdens een collectieve bedrijfsvakantie, na zijn herstel zijn vakantie niet kan nemen in een andere periode dan de aanvankelijk vastgestelde, in voorkomend geval buiten de referentieperiode. Het HvJEU overwoog het volgende (rov. 21-22): [39]
volgt uit punt 22 van het onderhavige arrest dat wanneer deze werknemer geen jaarlijkse vakantie wenst op te nemen tijdens deze periode van ziekteverlof, hem de jaarlijkse vakantie moet worden toegekend voor een andere periode.”
wensvan de werknemer die hier centraal wordt gesteld. Veldman stelt in een artikel over de Europeesrechtelijke rechtspraak over vakantie dan ook dat “
de cruciale overweging uit Pereda ziet op het gegeven dat een eventuele samenloop van ziekteverlof met vakantieverlof, (…) afhankelijk blijkt van de wens van de werknemer daartoe.” [40] Ook in een artikel van Van Drongelen e.a. wordt het arrest
Peredaop deze manier uitgelegd: [41]
ANGED [42] kwam vervolgens aan de orde of de werknemer die arbeidsongeschikt raakt
tijdenseen vastgestelde vakantie, het recht heeft om de met de periode van arbeidsongeschiktheid samenvallende jaarlijkse vakantie met behoud van loon op een later tijdstip op te nemen. Ook deze vraag is bevestigend beantwoord. Het HvJEU wijst er op dat uit het
Pereda-arrest volgt dat het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, irrelevant is. De werknemer heeft dan ook het recht om zijn met een periode van ziekteverlof samenvallende jaarlijkse vakantie met behoud van loon, ongeacht het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, op een later moment op te nemen, zo concludeert het HvJEU. [43]
7.Wijziging Nederlandse vakantiewetgeving in 2012
Schultz-Hoffen
Peredavan het HvJEU vormden aanleiding voor wijziging van de Nederlandse wettelijke vakantieregeling op verschillende punten. Deze gewijzigde vakantiewetgeving is ingegaan per 1 januari 2012. [44]
Schultz-Hoff-arrest. In de gewijzigde vakantiewetgeving van 2012 is deze bepaling geschrapt, waardoor de beperkte opbouw van vakantiedagen voor volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers is vervallen; er wordt op het punt van de opbouw van vakantierechten geen onderscheid meer gemaakt tussen zieke en gezonde werknemers. [46]
een logisch gevolg’ van het vervallen van de beperkte opbouw) bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid een volledige opname van wettelijke vakantiedagen geldt: bij arbeidsongeschikte werknemers die gedeeltelijk de bedongen arbeid kunnen verrichten, worden bij het opnemen van de minimumvakantie voor de volledige contractuele arbeidsduur vakantiedagen afgeboekt, en dus niet alleen voor de daadwerkelijk gewerkte uren, zo is vermeld. [47]
de bestaande mogelijkheid van samenloop van periodes van vakantie en ziekte in het BW’te verduidelijken, ‘
in de zin dat duidelijk wordt dat ook tijdens ziekte vakantie opgenomen kan worden’. [48] In dat kader is ook een duidelijker onderscheid gemaakt tussen enerzijds ‘
verrekening van vakantiedagen met ziektedagen’ (dat terecht is gekomen in art 7:637 BW Pro), en anderzijds ‘
het opnemen van vakantie tijdens ziekte c.q. het kunnen laten gelden van ziektedagen tijdens een vastgestelde vakantie als vakantiedagen’ (geregeld in art 7:638 lid 8 BW Pro). [49] In het navolgende zal hierop nader worden ingegaan (zie onder 8.6-8.10 over art. 7:637 BW Pro en onder 8.11-8.16 over art. 7:368 lid 8 BW Pro).
ter stimulering van het tijdig en met regelmaat opnemen van de minimumvakantie’) in art. 7:640a BW een vervaltermijn voor wettelijke vakantiedagen voorgesteld. [50]
(aanvullende) maatregelen’ – waarmee kennelijk wordt gedoeld op de onder 7.4 en 7.5 genoemde maatregelen – zijn nodig, zo is in de wetsgeschiedenis te lezen, ‘
om tot een meer evenwichtige balans te komen tussen de opbouw van vakantieaanspraken en een tijdige en regelmatige opname van minimum vakantierechten in het belang van de veiligheid en gezondheid van werknemers’. [51]
De huidige wettelijke regeling van samenloop en verrekening van ziektedagen met vakantiedagen
een voorkomend geval’ (vgl. hierna onder 8.7 en 9.4-9.6); bovendien moet de werknemer ten minste recht houden op het wettelijke minimum van vakantiedagen (art. 7:634 BW Pro).
instemmingvan de werknemer worden aangemerkt als vakantie. Eenzelfde instemmingsvereiste voor verrekening is te vinden in art. 7:636 lid 1 BW Pro, voor de in die bepaling bedoelde niet-gewerkte dagen. Dit instemmingsvereiste bestaat sinds de invoering van titel 7.10 BW. [56] Bij die gelegenheid is de destijds geldende regel dat bepaalde niet-gewerkte dagen (waaronder toen ook nog ziekte, dat was nog niet afzonderlijk geregeld) ‘niet als vakantie mogen worden aangemerkt’, op voorstel van de SER in zoverre gewijzigd, dat ‘
mogen niet als vakantie aangemerkt worden’ is vervangen door ‘
kunnen slechts met instemming van de werknemer door de werkgever worden aangemerkt als vakantie’. [57] Hiermee is beoogd het mogelijk te maken dat een werknemer tijdens een periode van onvrijwillige werkloosheid desgewenst vakantie kan opnemen, zo blijkt uit een latere toelichting van de SER. [58] Aan dit instemmingsvereiste is later de clausulering toegevoegd dat het moet gaan om instemming ‘in een voorkomend geval’ (zie hierna, onder 9.4-9.6).
bij schriftelijke overeenkomst’ te bepalen dat ziektedagen worden aangemerkt als vakantie, is in 1992 geïntroduceerd. [60] Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het doel daarvan was ‘
het creëren van een arbeidsvoorwaardelijke prikkel om het ziekteverzuim terug te dringen’. [61]
het opnemen van vakantie tijdens ziekte. De beide bepalingen hebben daarmee niet alleen een ander vertrekpunt, maar ook een andere ratio. Een doel van art. 7:637 BW Pro is het terugdringen van het ziekteverzuim, door het mogelijk te maken dat de werknemer vakantiedagen inlevert voor ziektedagen (zie onder 8.9); een ander doel is om het mogelijk te maken dat een werknemer tijdens een periode van onvrijwillige werkloosheid desgewenst vakantie kan opnemen (zie onder 8.7). Bij art. 7:638 lid 8 BW Pro gaat het daarentegen om de situatie dat de werknemer tijdens zijn ziekteverlof, vakantieverlof wil opnemen, zoals hierna zal blijken.
geen arbeid behoeft te verrichten’, werden vervangen door ‘
vakantie kan opnemen’. Dit omdat art. 7:638 BW Pro ook van toepassing is op zieke werknemers en omdat een zieke werknemer over het algemeen geen arbeid verricht tijdens ziekte. [62] Daarnaast is aan art. 7:638 BW Pro een nieuw lid 8 toegevoegd. In dit nieuwe lid 8 is de tot dan toe geldende regeling inzake ziekte tijdens een vastgestelde vakantie in aangepaste vorm opgenomen (zie onder 5.7). [63]
dat de mogelijkheid van vakantieopname bij ziekte beter bekend en ook benut zal worden”. [65]
Voor (gedeeltelijk) zieke werknemers is echter het opnemen van vakantie evenzeer van belang, omdat de recuperatiefunctie van vakantie ook voor zieke werknemers – die in beginsel gehouden zijn tot re-integratie – betekenis heeft. De verplichting van de werkgever om de werknemer in de gelegenheid te stellen om zijn minimum vakantierechten op te nemen geldt dan ook voor alle werknemers, ook voor zieke werknemers.
Als de zieke werknemer tijdelijk vrijgesteld wil worden van zijn verplichtingen tot re-integratie dient hij hiervoor vakantie op te nemen, net als de werknemer die tijdelijk wil worden vrijgesteld van zijn arbeidsverplichtingen.
9.Vragen bij de toepassing van art. 7:638 lid 8 BW Pro
op voorhandkan instemmen met het in mindering brengen van ziektedagen tijdens een vastgestelde vakantie op zijn vakantietegoed. [76] Zie ook de volgende passage uit de wetsgeschiedenis (bij het wetsvoorstel tot wijziging van titel 7.10 BW met betrekking tot vakantie en ouderschapsverlof): [77]
de mogelijkheid biedt zich te beraden over de vraag of hij ondanks zijn arbeidsongeschiktheid vakantie heeft genoten en kan instemmen met het laten gelden van ziektedagen als vakantiedagen’. [78]
doorzijn vakantieaanvraag had ingestemd met het laten gelden van de ziektedagen tijdens de vastgestelde vakantie als vakantiedagen. De kantonrechter volgde de werkgever niet in dit betoog; de instemming van de werknemer kon volgens de kantonrechter niet worden afgeleid uit het enkele feit dat de werknemer een vakantieaanvraag had gedaan. In een uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch, die in de sleutel stond van het instemmingsvereiste van (thans) art. 7:637 lid 1 BW Pro (waarover ook heel weinig feitenrechtspraak bestaat), is eenzelfde redenering toegepast met betrekking tot instemming van een arbeidsongeschikte werknemer met een (aan het begin van het jaar) vastgestelde bedrijfsvakantie. [81]
gedurende een periode van ziekteaangeeft op vakantie te willen gaan en zowel voor de werkgever als de werknemer volstrekt duidelijk is dat werknemer gedurende die periode (nog) ziek is. Volgens Funke ligt het dan voor de hand om te concluderen dat de werknemer ermee instemt dat de betreffende dagen hebben te gelden als vakantiedagen en niet als ziektedagen. Funke voegt hieraan toe dat uit art. 7:638 lid 8 BW Pro niet de eis valt af te leiden dat de werknemer (niet alleen moet aangeven dat hij vakantie wil opnemen tijdens een periode van ziekte, maar daarnaast) óók nog kenbaar moet maken dat hij instemt met het afboeken van vakantiedagen voor zijn vakantie. [83]
dievakantie wil genieten, daaruit instemming kan worden afgeleid. [84]
expliciete vereiste’ van instemming in een voorkomend geval ‘
een specifieke, daarop gerichte instemming van de werknemer’ en kan die instemming ‘
dus niet zomaar worden afgeleid uit de vakantieaanvraag van de werknemer’. Daarbij wordt door Peters tevens verwezen naar de ‘
strikte’ Europese en nationale jurisprudentie over de situatie dat een werknemer ziek wordt tijdens een reeds vastgestelde vakantie. [86]
‘gelden’van ziektedagen als vakantiedagen, de werknemer
in een voorkomend geval daarmeeinstemt. De instemming van de werknemer zal dus gericht moeten zijn op specifiek dít aspect, het in een concrete situatie laten gelden van ziektedagen als vakantiedagen. Die instemming kan m.i. niet zondermeer worden afgeleid uit een door de werknemer uitgesproken wens om ondanks ziekte op vakantie te gaan, of uit instemming van de werknemer met het, ondanks ziekte, doorgang laten vinden van een reeds vastgestelde vakantie. Daarmee is immers nog niet gezegd dat ook bedoeld is om instemming te geven aan het laten gelden van ziektedagen als vakantiedagen.
desgewenstzijn jaarlijkse vakantie met behoud van loon mag opnemen in die ziekteperiode, maar als hij dat niet wenst, hem vakantie moet worden toegekend voor een andere periode (
Peredaen
ANGED; zie onder 6.8-6.10). Daarmee is moeilijk te verenigen dat zonder expliciete instemming van de werknemer ziektedagen worden aangemerkt als vakantiedagen; de werknemer kan dan die vakantiedagen immers niet meer op een ander moment opnemen.
ingestemd met het laten gelden van ziektedagen als vakantiedagen, zowel in het geval dat al vóór het intreden van arbeidsongeschiktheid sprake was van een vastgestelde vakantie als in het geval dat ná het intreden van arbeidsongeschiktheid vakantie zou worden vastgesteld (en ook in het geval dat de werknemer tijdens zijn vakantie ziek wordt). Een discussie over ‘het van kleur verschieten van een vastgestelde vakantie’ [88] zou m.i. dan ook niet hoeven te worden gevoerd.
vrijgesteldvan re-integratieverplichtingen. In de hiervoor geciteerde passages uit de wetsgeschiedenis (zie onder 8.14 en 8.16) is het opnemen van vakantiedagen tijdens ziekte namelijk uitdrukkelijk verbonden aan de gedachte dat de zieke werknemer moet kunnen recupereren van de op hem rustende re-integratieverplichting(en). Daarmee lijkt art. 7:638 lid 8 BW Pro zo te moeten worden uitgelegd, dat deze bedoeld is voor de volledig arbeidsongeschikte werknemer op wie een re-integratieverplichting rust, om de werknemer te laten recupereren van die re-integratieverplichting. Om vrijgesteld te worden van die verplichting tot re-integratie dient de zieke werknemer – net als de werknemer die tijdelijk wil worden vrijgesteld van zijn arbeidsverplichting – vakantie op te nemen. [89]
tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip– dat wil zeggen: gedurende het gehele opbouwjaar plus de daarop volgende zes maanden van de vervaltermijn [90] –
redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat als de volledig arbeidsongeschikte werknemer géén re-integratieverplichtingen heeft, ook geen sprake kan zijn van toepassing van de vervaltermijn van art. 7:640a BW. Zie de volgende passage uit de memorie van toelichting bij de gewijzigde vakantiewetgeving van 2012: [91]
partijen zich behoorlijk rekenschap ervan geven, dat zij hunne rechtsbetrekking aan andere regels onderwerpen dan door de wet in het algemeen als de meest rationeele zijn vastgesteld’. [102] De gedachte van Levenbach, die dit doel in de sleutel van de bescherming van de zwakkere werknemer leest, is dat een cao juist een betere waarborg biedt vanwege de collectieve belangenbehartiging. [103]
Wegener-arrest voldoende geacht dat het eenzijdig wijzigingsbeding was opgenomen in een collectieve regeling die was geïncorporeerd in de individuele arbeidsovereenkomst [108] . [109]
de in enig jaar verleende vakantiedagen of gedeelten daarvan waarop de werknemer ziek is, als vakantie gelden’ (tot ten hoogste het aantal bovenwettelijke vakantiedagen dat voor dat jaar is overeengekomen).
gewone ziektedagen’ [113] , is op te maken uit de volgende passages uit de toelichting op de voorloper van het huidige art. 7:638 lid Pro 8, tweede volzin, BW (mijn onderstrepingen): [114]
ook geldt wanneer deze ziekte zich tijdens een vastgestelde vakantie voordoet.
ookziektedagen tijdens een vastgestelde vakantie als vakantie kunnen worden aangemerkt. Hier geldt dezelfde restrictie als in lid 1: verrekening per jaar kan plaatsvinden met ten hoogste het aantal bovenwettelijke vakantiedagen dat in dát jaar wordt verworven.
Om ieder misverstand uit te sluiten, is er voor gekozen het verrekenen met vakantie in dit geval expliciet te regelen. (…).
bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een bevoegd publiekrechtelijk orgaan’ kon worden bepaald dat ziektedagen als vakantiedagen worden aangemerkt. [116] Deze zin is vervolgens echter vervangen door ‘
bij schriftelijke overeenkomst of reglement’. De toelichting op deze wijziging wijst erop dat onder ‘schriftelijke overeenkomst’ in de zin van art. 7:637 lid 2 BW Pro óók een cao is te verstaan (mijn onderstrepingen): [117]
niet slechtsbij cao of publiekrechtelijke regeling overeengekomen kan worden dat bij ziekte vakantiedagen ingeleverd worden, maar dat dit
ookbij schriftelijke overeenkomst of reglement kan gebeuren.
Hierdoor wordt de werkingssfeer van de bepaling niet onnodig beperkt.”
Semi-dwingend recht
slechts mogelijk is bij schriftelijke overeenkomstof reglement.
De schriftelijke overeenkomst kan zowel een individuele arbeidsovereenkomst als een collectieve arbeidsovereenkomst betreffen.
deze regeling van semi-dwingend recht te maken(artikel 7:637 BW Pro [(oud; A-G] [121] ). Dit past in het overheidsbeleid ten aanzien van de bestrijding van het ziekteverzuim.
of caokan worden afgeweken van de hoofdregel van (thans) art. 7:638 lid Pro 8, eerste volzin, BW (dagen waarop de werknemer tijdens een vastgestelde vakantie ziek is, gelden niet als vakantie). [122]
de bewoordingen van art. 7:638 lid 2 BW Pro, waarin een expliciet onderscheid wordt gemaakt tussen de schriftelijke overeenkomst en de cao’. [125] De gedachtegang van Schwartz is hier – naar ik begrijp [126] – dat nu art. 7:638 lid 2 BW Pro expliciet onderscheid maakt tussen de schriftelijke overeenkomt en de cao (de bepaling spreekt van ‘
bij schriftelijke overeenkomst dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of de wet’), terwijl art. 7:638 lid 8 BW Pro alleen refereert aan de schriftelijke overeenkomst, uit de verwijzing in de memorie van toelichting naar het tweede lid van art. 7:638 BW Pro volgt dat een cao niet kwalificeert als een ‘schriftelijke overeenkomst’ in de zin van het achtste lid van die bepaling.
7:638BW; waar wordt gesproken van ‘lid 2’ gaat het steeds om het tweede lid van art.
7:637BW (oud), dat destijds inhield dat – kort gezegd – ziektedagen tijdens een vastgestelde vakantie niet gelden als vakantie (eerste volzin) en dat in afwijking daarop bij schriftelijke overeenkomst kan worden bepaald dat de in enig jaar verleende vakantiedagen waarop de werknemer ziek is, als vakantie gelden tot ten hoogste het aantal bovenwettelijke vakantiedagen dat voor dat jaar is overeengekomen (tweede volzin). [128] Aan de passage kan in zoverre dus geen argument worden ontleend voor de opvatting dat een cao niet geldt als een schriftelijke overeenkomst in de zin van art. 7:638 lid 8 BW Pro.
10.Bespreking van het cassatiemiddel
welmet zich brengt dat een nieuwe verlofaanvraag benodigd is om de dagen die van vastgestelde vakantiedagen naar ziektedagen zijn versprongen, weer als vakantiedagen aan te merken.