ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0199
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding en bonus bij beëindiging arbeidsovereenkomst na overname ABN AMRO
De werknemer [X] was senior-manager bij ABN AMRO en ontving in februari 2008 een retentiebrief van Fortis met toezeggingen over ontslagvergoeding en gegarandeerde bonussen voor 2008 en 2009. Na de overname door een consortium en de kredietcrisis wijzigde ABN AMRO haar beleid en bood een lagere ontslagvergoeding en een pro rata bonus aan.
[X] vorderde betaling van de hogere ontslagvergoeding en volledige bonus 2009, stellende dat de retentiebrief een bindende garantie was. ABN AMRO voerde onder meer onvoorziene omstandigheden en wijzigingsbevoegdheid op grond van BW-artikelen 7:611, 7:613, 6:258 en 6:248 lid 2.
De kantonrechters oordeelden dat de retentiebrief een onherroepelijk aanbod met garantie bevatte dat door [X] stilzwijgend was aanvaard. De ontslagvergoeding betreft geen arbeidsvoorwaarde die eenzijdig gewijzigd kan worden. Hoewel sprake was van onvoorziene omstandigheden door de kredietcrisis, rechtvaardigt dit niet dat ABN AMRO de overeenkomst wijzigt. Het belang van [X] bij nakoming weegt zwaarder dan het belang van ABN AMRO.
De kantonrechters wijzen het recht op volledige bonus 2009 af, omdat de retentiebrief uitgaat van arbeidsinzet gedurende integratieperiode en de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2009 eindigde. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN AMRO moet een ontslagvergoeding van €1.414.757 bruto betalen en [X] heeft recht op een pro rata bonus over 2009.