ECLI:NL:RBUTR:2009:BK4457
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in zaak tegen Fortis en bestuurders
In deze civiele procedure vorderen verzoekers, waaronder meerdere natuurlijke personen en vennootschappen, opheldering over de informatie die door voormalige bestuurders van Fortis is verstrekt over de financiële toestand en het dividendbeleid in 2007-2008. Verzoekers stellen dat zij schade hebben geleden door onjuiste en misleidende mededelingen en willen via een voorlopig getuigenverhoor feiten en omstandigheden vaststellen ter ondersteuning van hun bodemprocedure.
Verweerders, waaronder de voormalige bestuurders en Fortis N.V., verzetten zich tegen het verzoek en wijzen op lopend onderzoek door de Ondernemingskamer en het ontbreken van concrete vragen en relevantie. Zij stellen dat het verzoek ondoelmatig is en mogelijk misbruik van bevoegdheid betreft.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek voldoende specifiek is voor de onderdelen die zien op de kennis van verweerders over hun uitlatingen in de periode van 1 augustus 2007 tot 30 juni 2008. Het lopende onderzoek door de Ondernemingskamer maakt het getuigenverhoor niet overbodig, mede omdat in dat onderzoek geen getuigen onder ede worden gehoord en verzoekers geen vragen kunnen stellen.
Het verzoek wordt toegewezen met uitzondering van de onderdelen 11 tot en met 14, omdat deze onvoldoende specifiek zijn. De rechtbank verzoekt partijen om medewerking aan de planning en efficiënte voorbereiding van het getuigenverhoor. Tevens wordt bepaald dat het getuigenverhoor niet hoeft te worden uitgesteld tot na het onderzoeksrapport van de Ondernemingskamer, maar dat dit rapport, indien beschikbaar, aan de rechtbank moet worden gezonden.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen met uitzondering van onderdelen 11 t/m 14.