ECLI:NL:GHAMS:2010:BM4483
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.C. Groen
- C.G. ter Veer
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek rogatoire commissie voor getuigenverhoor in België
In deze civiele procedure zijn appellanten in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Utrecht die hun verzoek tot het instellen van een rogatoire commissie voor het houden van voorlopige getuigenverhoren in België heeft afgewezen. De rechtbank had het voorlopige getuigenverhoor toegestaan, maar wilde dat dit plaatsvond onder leiding van een rechter-commissaris in Nederland.
Appellanten voerden aan dat artikel 176 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering hen recht gaf op een rogatoire commissie omdat zij in het buitenland wonen en niet vrijwillig voor de Nederlandse rechter wilden verschijnen. Het hof oordeelde dat deze bepaling de rechter een discretionaire bevoegdheid geeft en geen verplichting inhoudt. Het verzoek was tijdig ingediend en hoger beroep daartegen was ontvankelijk, maar de inhoudelijke gronden faalden.
Het hof stelde dat het voorlopig getuigenverhoor in beginsel moet plaatsvinden door de Nederlandse rechter die de bodemprocedure behandelt. Het bezwaar van appellanten tegen de Nederlandse taal kon worden ondervangen door tolken. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat geen reden bestond af te wijken van de Nederlandse procedure. Het hoger beroep werd afgewezen en appellanten werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot rogatoire commissie en wijst het hoger beroep af.